Exploot

Onderhavig treft u een exploot uit het werk van Michel Foucault waarin de vier elementen tot expressie worden gebracht. In zijn werk laat hij op indringende wijze zien hoe bepaalde handelingen worden aangeleerd/opgedrongen, net zoals het denken kan geconformeerd worden waardoor we aan vrijheid inboeten. De elementen van Foucault kunnen/mogen vrij geïnterpreteerd worden maar niettemin herbergen ze een belangrijke boodschap. Namelijk, als het denken kan beperkt worden dan moet het ook mogelijk zijn om ons hiervan te bevrijden middels hetzelfde denken, logischerwijs betekent dit dat we een non-conforme manier van denken moeten gebruiken om dit effectief te realiseren. Met deze premissen gaan we proefondervindelijk aan de slag, het relevante exploot:

Normalisatie

In het regiem van de disciplinerende macht is de kunst van het straffen niet gericht op boetedoening, noch in strikte zin op onderdrukking. Ze grijpt in op vijf duidelijk te onderscheiden manieren: Ze relateert de afzonderlijke handelingen, prestaties en gedragingen aan een geheel dat fungeert als een comparatief veld, als een ruimte om te differentiëren en als het principe van bindende regels. Ze differentieert de individuen onderling aan de hand van deze algemene regel – die een ondergrens, een gemiddelde richtlijn of een te benaderen optimum aangeeft. Ze bepaalt de bekwaamheden, het niveau en de ‘natuur’ van het individu in termen van kwantiteit en ordent ze hiërarchisch in termen van waarde. Aan deze ‘waardebepaling’ koppelt ze de dwang tot conformiteit. En ten slotte definieert ze een onderscheid dat een limiet stelt aan alle onderscheidingen – de uiterste grens van het abnormale (de ‘eerloze klasse’). Het permanente straffen doordringt de disciplinerende instellingen op alle punten en controleert ze op alle momenten, het vergelijkt, differentieert, ordent hiërarchisch, homogeniseert, of sluit uit. In één woord … het ‘normaliseert’.

Tegengesteld

Dit straffen functioneert dus in alle opzichten tegengesteld aan het gerechtelijke straffen, dat in essentie immers niet gerelateerd is aan een geheel van waarneembare verschijnselen maar aan een corpus van wetten en teksten die iedereen behoort te kennen, dat geen individuen differentieert, maar handelingen specificeert aan de hand van een aantal algemene categorieën, dat geen hiërarchische ordening aanbrengt maar simpel de binaire tegenstelling gebruikt van wat toegestaan en wat verboden is, dat niet homogeniseert maar met de veroordeling voor eens en voor altijd een scheiding aanbrengt. De disciplinerende voorzieningen hebben een ‘normatief strafstelsel’ voortgebracht waarvan de werking en de principes niet op het traditionele strafrechtelijke systeem zijn terug te voeren. Het kleine tribunaal dat permanent lijkt te zetelen in de bouwwerken van de discipline en soms theatraal de vorm aanneemt van het grote gerechtelijke apparaat moet niet verkeerd begrepen worden.

Methoden

Afgezien van bepaalde formele overeenkomsten is het niet een voortzetting van de mechanismen van de strafrechtspraak in het domein van het dagelijkse leven – of althans, dat is van minder belang. Gebruik makend van een reeks weliswaar zeer oude methoden heeft de discipline de functie van de straf vernieuwd en met deze nieuwe functie heeft ze geleidelijk het grote externe apparaat, dat ze gematigd of ironisch leek na te bootsen, ingekapseld. Het antropologisch-juridische functioneren van de straf, dat zichtbaar is in de hele geschiedenis van het moderne strafstelsel vindt zijn oorsprong niet in de koppeling van strafrechtspraak en menswetenschappen, noch in de specifieke eisen van deze nieuwe rationaliteit of het daaruit vloeiende humanisme, het is ontstaan in de disciplinerende techniek die de nieuwe mechanismen van de normaliserende sanctie in werking heeft gezet.

Traditie

In de discipline verschijnt de macht van de ‘norm’. Deze macht is weliswaar niet de nieuwe wet van de moderne maatschappij geworden maar ze heeft zich sinds de achttiende eeuw bij de andere machten gevoegd – die van de ‘wet’ en de ‘traditie’, van het ‘woord’ en de ‘tekst’ – en nieuwe grenzen aangebracht. Het ‘normale’ manifesteert zich als dwingend principe in het onderwijs met de invoering van een gestandaardiseerde opleiding en de oprichting van normaalscholen, het manifesteert zich in de pogingen de medische praktijk en een landelijk net van hospitalen te organiseren waardoor vaste gezondheidsnormen algemeen ingang konden vinden en het manifesteert zich in de regularisering van de industriële producten en methoden. Naast het toezicht wordt aan het einde van de klassieke periode de normalisering één van de voornaamste instrumenten van de macht.

Uniformiteit

Gradaties van normaliteit, die een rol spelen in de classificatie, de hiërarchische ordening en de verdeling in rangen, zijn evenwel tegelijk tekens van verwantschap met een homogeen maatschappelijk organisme, en vervangen of worden toegevoegd aan de merktekens die status, privileges en verwantschap aanduiden. In zekere zin dwingt de normaliserende macht tot uniformiteit maar tevens individualiseert ze door afwijkingen te meten, niveaus te bepalen, specifieke vaardigheden te fixeren en de onderscheiden bruikbaar te maken door ze op elkaar af te stemmen. De macht van de norm functioneert gemakkelijk binnen een systeem van formele gelijkheid aangezien ze het hele scala van individuele onderscheiden kan onderbrengen in een uniformiteit die geldt als regel – als nuttig imperatief en het resultaat van een meting.

Vier elementen

We moeten de gevangenis, haar ‘falen’ en haar al dan niet juist uitgevoerde hervorming niet opvatten als drie opeenvolgende stadia. We moeten eerder denken aan een simultaan systeem dat in de loop van de geschiedenis de juridische vrijheidsberoving heeft ingekapseld. Dit systeem bestaat uit vier elementen: (1) de disciplinerende ‘toevoeging’ van de gevangenis (element van overmacht), (2) de productie van een objectiviteit en een techniek, een penitentiaire ‘rationaliteit’ (element van samenhangende kennis), (3) de feitelijke voortzetting, zo niet versterking van een criminaliteit die door de gevangenis eigenlijk zou vernietigd moeten worden (element van omgekeerde effectiviteit) en ten slotte (4) de steeds terugkerende ‘hervorming’ die ondanks haar ‘idealiteit’ isomorf is met het disciplinerende functioneren van de gevangenis (element van utopische gespletenheid).

Bouwwerk

Niet alleen de gevangenis als instelling, met zijn muren, personeel, reglementen en geweld, maar dit hele complexe systeem bepaalt de vorm van ‘gevangenschap’. De gevangenschap verbindt in een enkel systeem discoursen en bouwwerken, dwingende reglementen en wetenschappelijke postulaten, concrete maatschappelijke effecten en onuitroeibare utopieën, programma’s ter verbetering van delinquenten en mechanismen die de delinquentie consolideren. Maakt het zogenaamde falen de gevangenis niet deel uit van haar functioneren? Moet het niet gerekend worden tot de machtseffecten die de discipline en de daarmee samenhangende technologie van de gevangenisstraf onder de noemer ‘gevangenschap’ hebben geïntroduceerd in het justitiële apparaat, en in de samenleving als geheel?

Rol

Ongetwijfeld heeft de gevangenis als instelling zo lang en zo onveranderlijk kunnen bestaan, en is het principe van de strafrechtelijke detentie nooit werkelijk ter discussie gesteld, omdat deze systematische gevangenschap diep geworteld was en minutieus functioneerde. Een ‘recent’ (red) gegeven om deze onveranderlijkheid te staven : de modelgevangenis van Fleury-Mérogis die in 1969 is geopend heeft dezelfde panoptische stervorm waarmee in 1836 La Petite Roquette faam had verworven. Dezelfde machtsmachinerie heeft concreet en tegelijk gestalte gekregen. Maar in welke rol?

Mislukking

Als we ervan uitgaan dat de wet de overtredingen behoort te omschrijven, dat het strafrechtelijke apparaat de functie heeft ze terug te dringen, en dat de gevangenis het instrument van repressie is, dan moeten we wel van een mislukking spreken. Of beter, als we historisch de frequentie van de detentiestraffen afmeten aan het algehele niveau van de criminaliteit, dan is het verbazingwekkend dat de vaststelling van het falen van de gevangenis al 150 jaar vergezeld gaat van haar behoud. Het enige alternatief dat werd beproefd was de deportatie, die in Engeland al aan het begin van de negentiende eeuw werd afgeschaft maar in Frankrijk tijdens het Second Empire opnieuw werd ingevoerd als een rigoureuze maar perifere vorm van gevangenisstraf.

Nut

Maar misschien moeten we het probleem omkeren en ons afvragen waartoe het falen van de gevangenis dient. Welk nut hebben al die verschijnselen die door de kritiek telkens weer worden aangeklaagd : de instandhouding van de delinquentie, het aanzetten tot recidive, de verandering van de gelegenheidsmisdadiger in een habituele delinquent, en de organisatie van een gesloten milieu van delinquenten. Wellicht moeten we dit nut zoeken in wat zich verbergt achter het openlijke cynisme van de strafrechtelijke instelling, die de veroordeelde nadat hij zijn straf heeft uitgezeten blijft voorzien van een hele reeks merktekenen (vroeger het van rechtswege opgelegde toezicht en het paspoort voor gevangenen, tegenwoordig het feitelijke toezicht en het strafblad) en dus de in vrijheid gestelde ‘wetsovertreder’ blijft vervolgen. Want is dit nut niet eerder een logische consequentie dan een contradictie?

Onderwerping

We zouden kunnen stellen dat de gevangene en meer in het algemeen de straffen niet bestemd zijn om de overtredingen te bestrijden, maar veeleer om ze te onderscheiden, in het delen en te gebruiken, en dat de gevangenis en de straffen zich niet zozeer richten op het gehoorzaam maken van degenen die bereid zijn de wet te overtreden, maar meer op het inpassen van de wetsovertredingen in een algemene tactiek van onderwerping. Het straffen is in dat geval een methode om de illegalismen te beheren, om de grenzen van de tolerantie te bepalen, om sommigen de ruimte te geven en anderen onder druk te zetten, om het ene deel uit te sluiten en uit het andere nuttig te maken, om het ene te neutraliseren en uit het andere profijt te trekken.

Differentiatie

Kortom, het straffen ‘onderdrukt’ dan niet slechts de illegalismen, maar het ‘differentieert’ ze en waarborgt hun algemene ‘economie’. En als we van een klassejustitie kunnen spreken, is dat niet alleen omdat de wet en de manier waarop ze wordt toegepast de belangen van één klasse dienen, maar omdat het differentiële beheer van de illegalismen deel uitmaakt van de overheersingsmechanismen. De wettelijke bestraffingen dienen in verband gebracht te worden met de algehele strategie rond de illegalismen. Wellicht kunnen we het ‘falen’ van de gevangenis dan beter begrijpen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s