Negatieve rente is negatief

Er bestaat in de wereld zoiets als beperkte rationaliteit, het wil eenvoudig zeggen dat door een gebrek aan kennis adequate besluitvorming niet mogelijk is. Als gevolg daarvan kunnen besluiten leiden tot een averechts effect van waaruit termen zoals de ‘waan van de dag’ hun geboorte kennen. Op deze pagina maken we van rente een WIN-WIN waardoor de (te) oppervlakkige aanname ‘negatieve rente is negatief’ ontkracht wordt. Belangrijker is de sociale impact, de negatieve connotatie induceert vaak een reeks acties die – mits toepassing van co-creatieve rente – totaal onnodig blijken.

Simulatiemodel

Iedereen weet wel wat rente is, het is de vergoeding die we krijgen op onze bankrekening opdat de bank dit geld kan uitlenen en op haar beurt rente kan derven. Verschillende elementen spelen op elkaar in en naargelang onze keuze zal een ander resultaat zichtbaar worden, alles hangt samen. Elk schema dient eerst goed begrepen te worden, dit vermijdt onnodige misinterpretaties en begripsverwarring. We gaan uit van een particuliere spaarder met 100,00€ op de rekening, in onderstaand schema vijf simulaties waarin de variabelen doelbewust extreem worden voorgesteld:

Het schema is eenvoudig te lezen. Naast het ‘saldo’ treffen we de ‘kost voor leven’ wat onze koopkracht bepaalt, de ‘bruto rente’ (BR) is de optelsom van de ‘naakte rente’ (NR) en de ‘inflatievergoeding’ (IV). De inflatievergoeding kan positief (inflatie) of negatief (deflatie) zijn. De ‘roerende voorheffing’ (RV) wordt berekend op de naakte rente (NR) die steeds positief is, de roerende voorheffing is een belasting die de staat toekomt. In het derde blok treffen we het resultaat voor de verschillende partijen, negatief betekent ‘afgeven’ en positief ‘ontvangen’. Het oude saldo – verhoogd met de kolom ‘klant’ – geeft ons het nieuwe saldo, de ‘kost voor leven’ is op dat moment aangepast in verhouding tot de inflatievergoeding (+/-). Het rendement (%) zien we in de verhoging van de koopkracht in de laatste kolom.

Inflatie

Voor een korte evaluatie nemen we de eerste simulatie als voorbeeld, hierin wordt de inflatie extreem voorgesteld op 100%. In praktijk wordt – door de band genomen – gestreefd naar een milder percentage van 3%, de extreme voorstelling is enkel bedoeld om dynamieken transparanter te maken. Voor de klant en de staat is er weinig aan de hand, zij ontvangen hun gelden overeenkomstig de gekozen variabelen. Voor de bank ligt dit anders, onder deze voorwaarden moet zij een bedrag van 100,00€ elders vandaan halen. Tal van opties kunnen hier bedacht worden, rente uit leningen is de meest courante. Het is echter geen zaak om dit alles in detail te willen opsommen dan wel is de dynamiek van belang, er moet op een of andere manier geld in het laatje komen opdat de klant – met de staat in het verlengde – betaald kan worden. In schril contrast staat deflatie, hier ontstaat een dynamiek die onvergelijkbaar anders is.

Deflatie

In het laatste voorbeeld zien we een negatieve bruto rente (BR), deze wordt bepaald door een negatieve inflatievergoedng (IV) als gevolg van deflatie. De variabelen werden zo gekozen dat het rendement 100% bedraagt, hiermee wordt de aanname ‘negatieve rente is negatief’ ontkracht. Dit wil niet zeggen dat negatieve rente niet negatief kan zijn, dit hangt af van de achterliggende parameters. In dynamisch opzicht ontstaat echter een heel andere manier van denken, onder deze voorwaarden ontvangt ook de bank geld waardoor ze niet elders terecht moet. De klant moet schijnbaar geld ‘afgeven’ waardoor een negatieve connotatie kan ontstaan, dit blijkt onterecht wanneer we het rendement in beschouwing nemen. Anders gezegd, bij deflatie wordt het mogelijk om elke partij – in strikt monetaire zin – te begunstigen. Een minder extreme voorstelling ter diepgaander reflectie:

Epistemologisch obstakel

Oppervlakkig bekeken heeft dit misschien weinig betekenis, in werkelijkheid betekent dit een wereld van verschil. Het epistemologische obstakel ‘negatieve rente is negatief’ laat zich op dit punt opmerken, reflexmatig kunnen mensen geneigd zijn om hun geld van de rekening te halen om het in andere goederen – zoals edele metalen – te beleggen. In volledige tegenstelling, onder de gestelde voorwaarden betekent negatieve rente nu net meer rendement waardoor de bankrun totaal onterecht blijkt. Uit de praktijk weten we tot welke paniek en neveneffecten een bankrun kan leiden, een situatie die radicaal anders wordt wanneer we hierover zouden doordenken. En zie hier een schoolvoorbeeld van hoe deze dynamiek werkt, het epistemologisch obstakel stuwt ons denken en handelen in een bepaalde richting waardoor we geen zicht krijgen op andere dynamieken die tot een WIN-WIN kunnen leiden.

Epistemologische breuk

Als we voorbij gaan aan dit obstakel dan ontbloot zich een heel ander inzicht, iets waarvan we ons niet bewust kunnen worden zonder diepgaander reflectie. Namelijk, deflatie betekent dat spontaan neutraal geld vrijkomt binnen het economische circuit, hiervan afgeleid is er dan ook geen noodzaak om het element ‘rente’ aan te houden. Dit zou ons tot een epistemologische breuk brengen in de zin van een renteloos monetair beleid, ook dat is onvergelijkbaar anders en berustend op de menselijke keuze om dit wel/niet te overwegen. Desgevallend zou dit een hele metamorfose van het wereldbeeld betekenen, iets dat nu misschien nog ongeloofwaardig lijkt maar niet onrealistisch is. Om kort te zijn, alles waarin het begrip ‘rente’ voorkomt zou dan simpelweg oplossen als sneeuw voor de zon, u kan zich er wat bij proberen voor te stellen. (lees meer)

Advertenties